das Modalverb

das Modalverb – het modale werkwoord

Modale werkwoorden zeggen iets over een toestand. Ik kan iets, wil iets, moet iets, etc. Bijna altijd komen ze voor in combinatie met een hoofdwerkwoord: Ich muss es tun, ich kann nicht kommen.

Modale werkwoorden – tegenwoordige tijd
  dürfen können müssen mögen wollen sollen wissen
ich darf kann muss mag will soll weiß
du darf-st kann-st muss-t mag-st will-st soll-st weiß-t
er/sie darf kann muss mag will soll weiß
wir dürf-en könn-en müss-en mög-en woll-en soll-en wiss-en
ihr dürf-t könn-t müss-t mög-t woll-t soll-t wiss-t
Sie/sie dürf-en könn-en müss-en mög-en woll-en soll-en wiss-en

 

Modale werkwoorden -verleden tijd
dürfen können müssen mögen wollen sollen wissen
ich durf-te konn-te muss-te moch-te woll-te soll-te wuss-te
du durf-test konn-test muss-test moch-test woll-test soll-test wuss-test
er/sie durf-te konn-te muss-te moch-te woll-te soll-te wuss-te
wir durf-ten konn-ten muss-ten moch-ten woll-ten soll-ten wusst-ten
ihr durf-tet konn-tet muss-tet moch-tet woll-tet soll-tet wusst-et
Sie/sie durf-ten konn-ten muss-ten moch-ten woll-ten soll-ten wuss-ten

Voltooid tegenwoordige tijd

ich habe ge-durf-t ge-konn-t ge-muss-t ge-moch-t ge-woll-t ge-soll-t ge-wuss-t
Betekenis (let op: vaak anders dan je denkt!)
dürfen mogen ->toestemming
können kunnen
müssen moeten -> noodzaak
mögen lusten, houden van iets, iemand mogen
wollen willen
sollen zou moeten of moeten ->wil van iemand anders, voorstel
wissen weten

Overeenkomsten bij modale werkwoorden

Tegenwoordige tijd:                                                                                                                                        -klinkerverschil tussen enkelv. en meerv. (bijv. ich darf maar wij dürfen)- behalve bij sollen. In het Nederlands is dit ook vaak het geval: ik mag, maar wij mogen.                                          -1e en 3e persoon enkelvoud zijn identiek (geen uitgang)

Verleden tijd:                                                                                                                                                         -Let op: in de verleden tijd (en het voltooid deelwoord) gebruik je bij modale werkwoorden nooit een umlaut! (Doe je dit wel, dan krijgt het modale werkwoord een andere betekenis, namelijk een Konjunktiv of wensvorm.) Meer over de Konjunktiv .                                                      -verleden tijd  wordt hetzelfde gevormd als die van de zwakke werkwoorden

vwo 5 en 6:                                                                                                                                                              -De konjunktiv- of wensvorm van ‘mögen’ is möchten (= ik zou graag willen). In dit geval is er wel sprake van een umlaut in de verleden tijd. Meer informatie over mögen en andere Konjuktiv-vormen.

! Oefenlink 1: Modalverben: per type

!Oefenlink 2: Modalverben: meerkeuze niv. 1

!Oefenlink 3: Modalverben: meerkeuze niv. 2

!Oefenlink 4: Modalverben: meerkeuze niv. 3

Oefenlink 5: Modalverben: invullen

!Oefenlink 6: Modalverben: betekenis

Oefenlink 7: Modalverben: meerkeuze

Oefenlink 8: Modalverben: invullen

!Oefenlink 9: Modalverben: zoek de fout

Oefenlink 10: Modalverben: schema invullen